Vlaams Belang wil in Gent hoofdoeken opnieuw bannen uit openbaar loket  

Voorstel van Open VLD ligt opnieuw ter tafel

 Vlaams Belang wil in Gent tijdens de gemeenteraad van januari een voorstel van raadsbesluit indienen “betreffende het dragen van uiterlijke kentekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische, ideologische of politieke aard door personeelsleden die de stad vertegenwoordigen ten aanzien van derden”.

Dit voorstel (zie hierna) is niet nieuw en was in het verleden in Gent al eens van kracht. Daarom dient Vlaams Belang het voorstel van toenmalig gemeenteraadslid Sami Souguir opnieuw in. Dit voorstel werd op 26 november 2007 ingediend en door de toenmalige gemeenteraad ook goedgekeurd.

In sommige andere steden en gemeenten in Vlaanderen geldt ook een dergelijk verbod. Wij zien niet in waarom dit ook in Gent niet opnieuw zou kunnen.

Johan Deckmyn
Fractieleider Vlaams Belang Gent

Voorzitter Vlaams Belang Koepel Gent

Voorstel van raadsbesluit door de heer Johan DECKMYN “betreffende het dragen van uiterlijke kentekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische, ideologische of politieke aard door personeelsleden die de Stad vertegenwoordigen ten aanzien van derden”.
 Motivering:

 Onze samenleving wordt gekenmerkt door een grote diversiteit. Ook de Gentse bevolking wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan achtergronden op alle gebied. Deze diversiteit is verrijkend voor onze samenleving, en zorgt mede voor een bruisend stadsleven. Het Gentse stadsbestuur kiest er uitdrukkelijk voor om aan alle Gentenaars, zonder onderscheid, maximale kansen te bieden om zich ten volle te ontplooien. Anderzijds is het ook een uitdrukkelijke keuze van het Stadsbestuur om deze diversiteit in de samenleving te laten weerspiegelen in het personeelsbestand.

 Toch zijn de scheiding tussen religie, levensbeschouwing en Staat en het hieraan verbonden neutraliteitsbeginsel fundamentele basisprincipes van onze democratische rechtsstaat. De overheid moet ervoor zorgen dat elke schijn van partijdigheid wordt vermeden.

 Precies dit neutraliteitsbeginsel waarborgt dat elke burger in onze samenleving zijn overtuiging in volle vrijheid kan en mag beleven. Een neutrale overheid vormt dus de beste garantie voor diversiteit en is bijgevolg een noodzakelijk complement voor een samenleving in diversiteit.

 Op 5 november 2007 hebben de gemeenteraadsleden en de OCMW-raadsleden gedebatteerd over “het dragen van opvallende religieuze, levensbeschouwelijke of ideologische symbolen door stadsambtenaren”.

 In het Algemeen Personeelsreglement van de Stad Gent, meer bepaald in artikel 6, §1 en in de Leidraad voor Deontologisch Gedrag voor het personeel van de Stad Gent zit de verplichting tot neutraliteit van de personeelsleden van de Stad Gent reeds vervat. Deze verplichting dient nader te worden omschreven.

 Lokale besturen kunnen in het kader van de lokale autonomie maatregelen nemen die erop gericht zijn het neutrale karakter van de openbare dienst te vrijwaren als dit maatregelen zijn met een algemeen karakter.

 Overeenkomstig artikel 11 van de Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel moeten de administratieve overheden over dergelijke maatregelen voorafgaandelijk overleg plegen met de representatieve vakorganisaties.

 Daarop neemt de raad volgend besluit:

 DE GEMEENTERAAD,

 Overwegende dat de scheiding tussen religie, levensbeschouwing en Staat en het neutraliteitsbeginsel fundamentele basisprincipes zijn van onze democratische rechtsstaat;

 Overwegende dat de overheid ervoor moet zorgen dat elke schijn van partijdigheid wordt vermeden;

 Overwegende dat het neutraliteitsbeginsel ervoor zorgt dat elke religie, levensbeschouwing of overtuiging op een volwaardige manier beleefd kan worden;

 Overwegende dat een neutrale overheid de beste garantie vormt voor de diversiteit en bijgevolg een noodzakelijk complement is voor een samenleving in diversiteit;

 Overwegende dat de Gentse gemeenteraadsleden samen met de OCMW-raadsleden gedebatteerd hebben over “het dragen van opvallende religieuze, levensbeschouwelijke of ideologische symbolen door stadsambtenaren”;

 Overwegende dat lokale besturen in het kader van de lokale autonomie maatregelen kunnen nemen die erop gericht zijn het neutrale karakter van de openbare dienst te vrijwaren als dit maatregelen zijn met een algemeen karakter;

 Overwegende dat, overeenkomstig artikel 11 van de Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, door de administratieve overheden over dergelijke maatregelen voorafgaandelijk overleg moet worden gepleegd met de representatieve vakorganisaties;

 Gelet op het Algemeen Personeelsreglement van de Stad Gent, inzonderheid artikel 6, §1 en de Leidraad voor Deontologisch Gedrag voor het personeel van de Stad Gent, waarin de verplichting tot neutraliteit van de personeelsleden van de Stad Gent reeds vervat ligt;

 Gelet op het Gemeentedecreet;

 Op voorstel van de Vlaams Belang-gemeenteraadsfractie,

 BESLUIT:

 Enig artikel.- De gemeenteraad beslist:

 1.het algemene principe goed te keuren waarbij het dragen van uiterlijke kentekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische, ideologische of politieke aard door personeelsleden die de Stad vertegenwoordigen ten aanzien van derden niet toegelaten is. Hiermee worden de personeelsleden bedoeld die in rechtstreeks contact staan met het publiek, klanten of externe partners, alsook de personeelsleden in uniform.

 2.het college van burgemeester en schepenen de opdracht te geven verdere uitvoering te geven aan het algemene principe zoals bepaald in het eerste punt van deze beslissing en hiertoe voorafgaandelijk een overleg op te starten met de representatieve vakorganisaties in toepassing van de Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.

 

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...