Samenvatting tussenkomst GR ivm afsluiten van convenanten tussen stadsbestuur en 10 organisaties ivm huistaakbegeleiding (week 22)

Tien organisaties sloten een convenant af met het stadsbestuur i.v.m. huistaakbegeleiding en studiecoaching. Bedoeling is een beter zicht te krijgen op de verschillende initiatieven, en ze met elkaar in contact te brengen.

Op zich een positief gegeven, ware het niet dat met de convenanten ook een adviestekst wordt meegegeven die zich zeer negatief opstelt tegenover scholen en leerkrachten. Zo wordt daarin o.a. beweerd dat “kennis en ervaring met (kans)armoede ontbreekt in het onderwijs”, dat het “essentieel is dat er meer kennis en respect komt voor een belangrijke groep die in het onderwijs te weinig erkend, en te weinig betrokken raakt”. Met andere woorden: het onderwijs (de leerkrachten dus) is niet geïnteresseerd in deze groep, heeft er geen respect voor en weet er helemaal niet mee om te gaan.

Gemeenteraadslid Wis Versyp ontkende deze beweringen met klem en vroeg waarop men zich baseert om dit te beweren, en hoe men deze uitspraken kan staven. Ze vond dit vooral een belediging voor de vele leerkrachten die dag aan dag het beste van zichzelf geven, in soms moeilijke omstandigheden, in klassen met kinderen uit zeer verschillende milieus. Ontegensprekelijk hebben zij een veel betere kijk op kansarmoede en hoe er mee om te gaan, dan de velen die langs de zijlijn staan te roepen! Wis Versyp noemde deze insinuaties grof en onredelijk, ingegeven uit zelfbehoud van de omkaderende organisaties onder het mom van: “Gelukkig maar dat wij er zijn, want die scholen en die leerkrachten kennen er niets van!”

Tien organisaties sloten een convenant af met het stadsbestuur i.v.m. huistaakbegeleiding en studiecoaching. Bedoeling is een beter zicht te krijgen op de verschillende initiatieven, en ze met elkaar in contact te brengen.

Op zich een positief gegeven, ware het niet dat met de convenanten ook een adviestekst wordt meegegeven die zich zeer negatief opstelt tegenover scholen en leerkrachten. Zo wordt daarin o.a. beweerd dat “kennis en ervaring met (kans)armoede ontbreekt in het onderwijs”, dat het “essentieel is dat er meer kennis en respect komt voor een belangrijke groep die in het onderwijs te weinig erkend, en te weinig betrokken raakt”. Met andere woorden: het onderwijs (de leerkrachten dus) is niet geïnteresseerd in deze groep, heeft er geen respect voor en weet er helemaal niet mee om te gaan.

Gemeenteraadslid Wis Versyp ontkende deze beweringen met klem en vroeg waarop men zich baseert om dit te beweren, en hoe men deze uitspraken kan staven. Ze vond dit vooral een belediging voor de vele leerkrachten die dag aan dag het beste van zichzelf geven, in soms moeilijke omstandigheden, in klassen met kinderen uit zeer verschillende milieus. Ontegensprekelijk hebben zij een veel betere kijk op kansarmoede en hoe er mee om te gaan, dan de velen die langs de zijlijn staan te roepen! Wis Versyp noemde deze insinuaties grof en onredelijk, ingegeven uit zelfbehoud van de omkaderende organisaties onder het mom van: “Gelukkig maar dat wij er zijn, want die scholen en die leerkrachten kennen er niets van!”

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...