Korte mijmering bij het overlijden van Karel Dillen

Ik heb Karel Dillen leren kennen op een symbolisch ogenblik, namelijk in januari 1968 toen de strijd voor “Leuven Vlaams” in alle hevigheid uitbrak. Ik voelde toen al de linkse storm aankomen die wat later de Vlaamse Beweging tot op haar grondvesten zou doen schudden en had vastgesteld dat deze laatste aan de nodige ideologie en diepgang ontbrak om echt weerstand te kunnen bieden. Ik was op zoek naar mensen, die zich niet alleen van wat stond te gebeuren bewust waren, maar ook in staat waren de vorming te verstrekken die nodig was om ons gedachtegoed te vrijwaren.

Zo kwam ik bij Karel Dillen terecht die toen voorzitter was van Were Di. Uiteraard was hij me niet helemaal onbekend. Ik had af en toe één van zijn vlammende artikels gelezen (die volgens zijn tegenstanders met vitriool geschreven waren). Tot mijn grootste verbazing ontdekte ik een man die niet alleen, zoals ik het verwachtte, ideologisch rechtlijnig was en met de nodige argwaan keek in welke richting een deel van de Vlaamse intelligentsia zich aan het keren was, maar die bovendien over een formidabele leescultuur beschikte, ook voor wat buitenlandse literatuur betreft.

Ik ontdekte ook vrij vlug dat Dillen in tegenstelling met wat de laatste dagen in sommige kranten wordt verteld, een formidabele redenaar was (de beste die ik ooit gehoord heb) en dat hij ook over enorm veel humor beschikte. Vlak na zijn overlijden beweerde VTM dat hij verbitterd achteruit keek. Hiervoor werd verwezen naar een interview waarin hij stelde: “Ik ben nooit tevreden geweest”. De commerciële omroep heeft hem totaal verkeerd begrepen. Dillen was nooit tevreden omdat hij zich niet alleen bewust was van het feit dat het ideaal nooit bereikt kon worden maar bovendien ook omdat hij wist dat wat hij het “kleinmenselijke” noemde zo vaak in de politiek de bovenhand kon halen. Indien hij een pessimist was, dan was hij een “heroïsche pessimist”. Ik zal nooit het citaat vergeten waarmee hij mij de Duitse schrijver Ernst von Salomon leerde kennen: “Ze zeiden ons dat wij op een verloren post streden en wij konden hier niets op antwoorden tenzij dat dit geen reden was om op te geven”. Ik ken geen tekst die beter bij Karel Dillen past.

Er is dan ook nog het paradox Dillen. Precies deze man, die steeds de principiële rechtlijnigheid heeft laten voorrang hebben op het oppervlakkig electoralisme en die toen hij met het Vlaams Blok begon, dit deed onder het moto: nec spe, nec metu (geen hoop, maar ook geen vrees), slaagde erin rond het idee van de Vlaamse onafhankelijkheid (iets waar weinigen voor hem het ooit in het openbaar over hadden durven hebben) de grootste Vlaams-nationale partij uit de geschiedenis op te richten. Het paradox Dillen. Zouden we het niet beter hebben over het mirakel Dillen?

Francis Van den Eynde

Bijlage 1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...