Het droevige verhaal van de Leliestraat

De kranten, de radio, de tv of de andere media staan toch zo graag ten dienste van het huidige beleid in deze stad en in dit land. Indien je hen zou geloven, is in Gent de hemel altijd blauw. En natuurlijk zijn er amper of geen problemen in wat men met een preutse uitdrukking de “multiculturele wijken” noemt. Dat de realiteit enigszins anders is, wordt nochtans dagelijks door heel wat Gentenaars ervaren. Vraag het maar aan de bewoners van bijvoorbeeld de Leliestraat (Bloemekenswijk).

Francis Van den Eynde interpelleerde in de gemeenteraad van 6 maart het stadsbestuur over de schrijnende situatie waarin deze mensen dagelijks verplicht worden te leven. Een aantal bewoners had immers een brief gericht aan de verschillende politieke fracties in Gent. Toch wel vreemd dat enkel het Vlaams Belang onmiddellijk reageerde.

In deze gemeenschappelijke brief beschreven de bewoners de toestand in en rond het flatgebouw met sociale woningen in hun straat. Een toestand die niet langer te verdragen is. Ze worden in en rond het gebouw voortdurend lastiggevallen door rondhangende jongeren, en blijkbaar kan men weinig tegen hen beginnen. De bewoners bellen dan maar de politie. Deze komt ter plaatse, stelt een proces-verbaal op en praat even met de hangjongeren. Zodra de agenten weg zijn, mobiliseren de jongeren via GSM hun vrienden van het Van Beverenplein, het Dracunaplein en het Rabot, en dagen de bewoners nog meer uit. Er worden hierbij ook regelmatig bedreigingen geuit. Wanneer de jongeren betrapt worden bij het openbreken van garageboxen, worden ze weliswaar door de politie meegenomen, maar amper een paar uur later opnieuw vrijgelaten. Waarna ze de inwoners komen bedreigen: “Pas maar op, we zijn terug, die flikken kunnen ons niets maken!” of “Let maar op uw autootjes!”. Enkele dagen later vinden de bewoners hun wagens dan beschadigd terug in de gemeenschappelijke garage onder het appartementsgebouw. De hangjongeren hebben zelfs toegang tot het gebouw. Sommigen beschikken over sleutels hoewel niemand van hen er woont.

Wanneer de ouders van de jongeren door de buurtbewoners worden aangesproken, reageren ze niet. Daar de bende vaak tot een stuk na middernacht in en rond het gebouw dwaalt, durven oudere mensen ’s avonds niet meer buiten. De gemeenschappelijke ruimtes aan de lift worden bij regenweer als schuilhok gebruikt. De jongeren laten er peuken van joints, lege bierblikjes en zelfs gebruikte condooms achter, en veroorzaken tot diep in de nacht lawaai in het gebouw. Momenteel zijn er verbouwingen aan de gang. De jongeren werden al meermaals opgemerkt terwijl ze op de steigers klauteren. Van daar gooien ze allerlei projectielen zoals stenen en flessen naar beneden. Wanneer de politie ter plaatse komt, verdwijnen ze in alle richtingen. Als de politie weg is, doen ze ijverig verder. Ze dringen zelfs binnen in de leegstaande appartementen die verbouwd worden.

Vaak zijn deze hangjongeren amper 12 tot 14 jaar oud. Ze spijbelen, hangen de ganse dag rond en pesten de bewoners. Burgemeester Termont antwoordde op de vragen die Francis Van den Eynde hem hieromtrent stelde, dat hij van de feiten op de hoogte was en dat hij niet anders kon dan toegeven dat de situatie in deze wijk aan het escaleren was. Om de zaak op te lossen rekent hij echter weer eens op de straathoekwerkers, de VZW Jong, en dies meer. Het stadsbestuur wil dus eens te meer preventief te werk gaan. Francis Van den Eynde stelde toen dat deze politiek al jaren toegepast wordt en tot hiertoe geen enkel positief gevolg heeft gehad. Volgens hem is op deze toestand slechts één antwoord mogelijk, namelijk nultolerantie.

Iedereen moet de wet toepassen en de ander respecteren. Het is de eerste plicht van het stadsbestuur te maken dat in deze wijk opnieuw rust en vrede heerst. Daarna kan nagegaan worden waarom deze jongeren zich zo misdragen. Het belang van de moegetergde inwoners moet nu volledige voorrang krijgen!

Francis Van den Eynde
Fractievoorzitter gemeenteraad

De kranten, de radio, de tv of de andere media staan toch zo graag ten dienste van het huidige beleid in deze stad en in dit land. Indien je hen zou geloven, is in Gent de hemel altijd blauw. En natuurlijk zijn er amper of geen problemen in wat men met een preutse uitdrukking de “multiculturele wijken” noemt. Dat de realiteit enigszins anders is, wordt nochtans dagelijks door heel wat Gentenaars ervaren. Vraag het maar aan de bewoners van bijvoorbeeld de Leliestraat (Bloemekenswijk).

Francis Van den Eynde interpelleerde in de gemeenteraad van 6 maart het stadsbestuur over de schrijnende situatie waarin deze mensen dagelijks verplicht worden te leven. Een aantal bewoners had immers een brief gericht aan de verschillende politieke fracties in Gent. Toch wel vreemd dat enkel het Vlaams Belang onmiddellijk reageerde.

In deze gemeenschappelijke brief beschreven de bewoners de toestand in en rond het flatgebouw met sociale woningen in hun straat. Een toestand die niet langer te verdragen is. Ze worden in en rond het gebouw voortdurend lastiggevallen door rondhangende jongeren, en blijkbaar kan men weinig tegen hen beginnen. De bewoners bellen dan maar de politie. Deze komt ter plaatse, stelt een proces-verbaal op en praat even met de hangjongeren. Zodra de agenten weg zijn, mobiliseren de jongeren via GSM hun vrienden van het Van Beverenplein, het Dracunaplein en het Rabot, en dagen de bewoners nog meer uit. Er worden hierbij ook regelmatig bedreigingen geuit. Wanneer de jongeren betrapt worden bij het openbreken van garageboxen, worden ze weliswaar door de politie meegenomen, maar amper een paar uur later opnieuw vrijgelaten. Waarna ze de inwoners komen bedreigen: “Pas maar op, we zijn terug, die flikken kunnen ons niets maken!” of “Let maar op uw autootjes!”. Enkele dagen later vinden de bewoners hun wagens dan beschadigd terug in de gemeenschappelijke garage onder het appartementsgebouw. De hangjongeren hebben zelfs toegang tot het gebouw. Sommigen beschikken over sleutels hoewel niemand van hen er woont.

Wanneer de ouders van de jongeren door de buurtbewoners worden aangesproken, reageren ze niet. Daar de bende vaak tot een stuk na middernacht in en rond het gebouw dwaalt, durven oudere mensen ’s avonds niet meer buiten. De gemeenschappelijke ruimtes aan de lift worden bij regenweer als schuilhok gebruikt. De jongeren laten er peuken van joints, lege bierblikjes en zelfs gebruikte condooms achter, en veroorzaken tot diep in de nacht lawaai in het gebouw. Momenteel zijn er verbouwingen aan de gang. De jongeren werden al meermaals opgemerkt terwijl ze op de steigers klauteren. Van daar gooien ze allerlei projectielen zoals stenen en flessen naar beneden. Wanneer de politie ter plaatse komt, verdwijnen ze in alle richtingen. Als de politie weg is, doen ze ijverig verder. Ze dringen zelfs binnen in de leegstaande appartementen die verbouwd worden.

Vaak zijn deze hangjongeren amper 12 tot 14 jaar oud. Ze spijbelen, hangen de ganse dag rond en pesten de bewoners. Burgemeester Termont antwoordde op de vragen die Francis Van den Eynde hem hieromtrent stelde, dat hij van de feiten op de hoogte was en dat hij niet anders kon dan toegeven dat de situatie in deze wijk aan het escaleren was. Om de zaak op te lossen rekent hij echter weer eens op de straathoekwerkers, de VZW Jong, en dies meer. Het stadsbestuur wil dus eens te meer preventief te werk gaan. Francis Van den Eynde stelde toen dat deze politiek al jaren toegepast wordt en tot hiertoe geen enkel positief gevolg heeft gehad. Volgens hem is op deze toestand slechts één antwoord mogelijk, namelijk nultolerantie.

Iedereen moet de wet toepassen en de ander respecteren. Het is de eerste plicht van het stadsbestuur te maken dat in deze wijk opnieuw rust en vrede heerst. Daarna kan nagegaan worden waarom deze jongeren zich zo misdragen. Het belang van de moegetergde inwoners moet nu volledige voorrang krijgen!

Francis Van den Eynde
Fractievoorzitter gemeenteraad

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...