Beleidsnota Onderwijs Stad Gent

Beleidsnota Onderwijs, opvoeding en Jeugd                      GR september 2014

 

De voorgelegde  beleidsnota is een overzichtelijk opgesteld document, zeer leesbaar. Ook de aanpassingen na de eerste besprekingen, werden ook duidelijk waarneembaar aangebracht, dat vergemakkelijkt zeker het nalezen.

De concrete initiatieven die genomen worden om het probleem van de capaciteit op te lossen staan duidelijk opgelijst bij het begin van het document. Hopen nu maar dat die plannen ook concreet kunnen uitgevoerd worden, zodat door de grotere capaciteit de vrije schoolkeuze gewaarborgd kan worden, iets waar wij heel veel belang aan hechten.

 “maximale ontwikkelingskansen voor elk kind” is het streefdoel waar iedereen die op één of andere wijze verbonden is aan het stedelijk onderwijs dient aan mee te werken. En inderdaad: maximale ontwikkelingskansen én daarmee gepaard gaande de  kwaliteit in het onderwijs moet de blijvende hoofdbekommernis zijn.

Eén van de middelen die het stedelijk onderwijs kiest om tot die betere kwaliteit te komen is het inclusief onderwijs. “Het IVA stedelijk onderwijs Gent erkent de voordelen van het inclusief onderwijs, en wil het voortouw nemen in het realiseren ervan”. Een van de uitgangspunten is dat lln met speciale zorgvragen worden beschouwd als gewone lln, die hun plaats hebben in de heterogene klasgroep,  waar gedifferentieerd wordt gewerkt. Theoretisch is dat een mooi uitgangspunt, maar  de verhalen uit de praktijk die ik gehoord heb getuigen van  soms heel moeilijke situaties, waarbij noch het kind, noch de lkr, noch de klasgroep voordeel heeft. De draagwijdte van inclusief onderwijs gaat veel verder dan een zorgenkind kind les laten volgen in een gewone klasomgeving. Het gaat ook over aan en uitkleden, naar toilet gaan, zelfstandig eten, het klas- en schooltempo aankunnen. “We bevorderen de inclusie door het zorgbeleid te versterken” staat in de beleidsnota. Maar die extra zorg kan in de meeste gevallen maar voor enkele uren voorzien worden. Het M-decreet voorziet in een forse uitbreiding van het inclusief onderwijs. 1 vb maar: Kinderen met een IQ van 61 mogen ingeschreven worden in het gewone basisonderwijs… Dat M-decreet is aan het einde van de vorige legislatuur nog door het parlement gejaagd, zonder dat daar in onderwijsmiddens een draagvlak voor bestaat! De mensen in de praktijk zijn bekommerd, ze stellen zich veel vragen naar de haalbaarheid, hun mening werd niet gevraagd. Het  buitengewoon onderwijs, waar heel veel expertise aanwezig is, wordt zo afgeslankt! Veel zorgkinderen –zij die zeker maximale kansen verdienen!- krijgen daar zorg op maat, en voelen zich daar zowel mentaal als op gebied van leervorderingen zeer goed .Sommigen kunnen na enkele jaren zonder verdere problemen overschakelen naar het gewone onderwijs. Ons huidig onderwijs, dat door de zeer diverse groep lln, steeds meer  differentiatie vraagt stelt ook hoge eisen aan de leerkrachten. Hun draagkracht wordt dagelijks ernstig belast. Moeten en kunnen zij de zorg voor die speciale zorgkinderen er nog bij nemen? Het M-decreet zal de onderwijskwaliteit niet verhogen, wat het wel verhoogt  is de kans op een uitstroom van leerkrachten die hun taak niet meer aankunnen, of het niet zien zitten zo nog jaren verder te werken. In het beleidsplan wordt wel in  mentoren werking voorzien, vraag is of dat voldoende zal zijn om lkrachten aan de slag te houden. En of een verplichte introductiecursus die moet leiden tot competentieverhoging –zoals voorzien in het beleidsplan –dit probleem zal oplossen is maar twijfelachtig.

Aan de Oude Dokken en op de Fabiolalaan staan nieuwe scholen gepland. Denk er bij het ontwerpen van die nieuwe schoolgebouwen eens over na om naast gewone klassen, ook enkele klassen te integreren  voor kinderen die op een of andere manier buitengewone zorg nodig hebben –zowel fysisch als mentaal. Laat ze samen naar school komen, samen spelen op de speelplaats, samen eten,  Maar laat ze om te leren naar een eigen klas gaan waar ze kunnen leren met de gepaste zorg, op eigen tempo, op eigen niveau. Dat zou pas inclusief onderwijs zijn!

Over diversiteit en meertaligheid werd al gedebatteerd in GR van april. Onze mening daarover is bekend. “aan kinderen en jongeren met een andere thuistaal dan het Nederlands willen we de kans geven om met hun eerste taal als hulpmiddel de Nederlandse schooltaal met meer succes te verwerven”  In de realiteit is dit niet te realiseren, het aantal thuistalen alleen al  maakt dit onmogelijk. Het onderzoek dat daaromtrent gevoerd is had het alleen over de Turkse taal, de vele anderen worden dus in feite gediscrimineerd! Naast het onderzoek dat door Leuvense professoren gevoerd werd, deden ook 2 Gentse onderwijssociologen (Orhan Agirdag en Mieke Van Houtte)  een onderzoek naar het gebruik van de thuistaal op school. Dat onderzoek toonde aan dat de leerkrachten, maar ook de Turkse ouders, niet wensen dat hun kinderen Turks mogen spreken in en buiten de klas. Zelfs leerkrachten van Turkse afkomstwaren die mening toegedaan. Maar toch zet u door, ook al wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat onderwijs in de thuistaal geen betere resultaten geeft, dat én de ouders én de leerkrachten het geen goed idee vinden.  De “onderwijskrant” noemt u een “taalachterstandsnegationist”, omdat u zo schrijft de krant “de realiteit ontkent uit ideologische overwegingen”. En hoe beoordelen de Gentse sociologen zelf de conclusies van hun onderzoek als dat niet de uitkomst heeft die ze gewild hadden???? Ze concluderen dat zowel de leerkrachten als de Turkse ouders ongelijk hebben: “ze zijn onwetend over de negatieve effecten, en ze zijn bevooroordeeld”. En dan lees ik bij verschillende acties in de beleidsnota dat ouders meer inspraak moeten hebben, werken aan ouderbetrokkenheid is belangrijk…duidelijk alleen als hun mening in het plaatje past! Ook met de stelling van de leerkrachten –uit datzelfde onderzoek- dat de taalachterstand een belangrijke oorzaak is van de leerproblemen gaan zij niet akkoord…Hun sociologische verklaring is dat de leidende klasse symbolisch geweld uitoefent op anderstalige lln! Een andere mening hebben is dus “geweld uitoefenen”. Onze conclusie is dat er altijd wel een ideologische draai te geven is aan elk wetenschappelijk onderzoek,  om het eigen gelijk toch door te kunnen zetten. Wij betreuren dat en vragen ons af of zo’n houding strookt met de maximale kansen die men beweert aan elk kind te willen geven!

Wat betreft het secundair onderwijs kiest u  o.a  voor de concretisering van een breed oriënterende 1e graad, waarbij de studiekeuze kan worden uitgesteld. Uit een grote onderwijsenquête in opdracht van Knack blijkt dat 8 op de 10 leerkrachten, en 2 op de 3 ouders die hervorming niet steunen. Het onderscheid tussen ASO, TSO en BSO moet ook niet verdwijnen. Er moet gewerkt worden aan de negatieve perceptie van zowel  TSO als BSO, aan een mentaliteitswijziging, zo dat ouders en leerlingen beseffen dat TSO en BSO evenveel kansen bieden op een succesvolle toekomst als ASO.   Er zal in die brede eerste graad voldoende gedifferentieerd worden heeft u op de commissie gezegd. Differentiatie is geen wondermiddel, het heeft zijn grenzen. Niet elk kind is gelijk. En daarom is het juist zo belangrijk zo vlug mogelijk op de juiste plaats te zitten, waar het kind zich goed voelt, waar het zich maximaal op eigen niveau, naar eigen aanleg  kan ontplooien. Een brede eerste graad is als een loopwedstrijd organiseren waarbij de koplopers voortdurend moeten inbinden tot de tragere lopers er bij zijn, want er moet nu eenmaal samen over de meet gekomen worden.

Denkt u ook niet dat een tijdige, juiste oriëntatie het welbevinden van veel leerlingen zal bevorderen, en onrechtstreeks zijn invloed zal hebben op het spijbelgedrag en op de ongekwalificeerde uitstroom van té veel leerlingen.

Die ongekwalificeerde uitbouw is in Gent onaanvaardbaar hoog, er moet absoluut ingezet worden deze uitstroom tegen te gaan Maar ook hier speelt kennis van het Nederlands een grote rol: het aantal vervroegde schoolverlaters ligt bij anderstaligen 3x hoger dan bij Nederlandstaligen. Taal is niet de enige oorzaak.  Dirk Van Damme, onderwijsexpert bij de OESO roept op om strenger te zijn op school “. “Scholen durven niet meer streng te zijn. Er zijn te veel scholen die afglijden naar de laisser-faire-mentaliteit. Ze dagen hun leerlingen niet meer uit. Ze laten de lln in hun comfortzone, en leggen de lat veel te laag.”. Van lln wordt steeds minder inspanning gevraagd,  de comfort-zone-. Alle inspanningen moeten van de leerkrachten komen, en die worden daar voortdurend –ook publiek via de pers- op afgerekend. Lees de pers van de laatste weken! Jongeren die jarenlang in een comfortzone gezet zijn,  steeds uit de wind gezet worden door alle problemen of op de school,  of op de leraren af te wimpelen, hebben nooit geleerd zich echt in te zetten, door te bijten als het wat moeilijk gaat, met als gevolg dat ze afhaken bij de minste moeilijkheid. 

Ook in de armoedeproblematiek speelt geen diploma hebben een grote rol. Een preventief armoedebeleid begint bij de jongeren die nu op school zitten.  Scholen worden geconfronteerd met armoede, dat is geen nieuw verschijnsel. Vanuit de school is dat heel moeilijk op te lossen, het is trouwens ook zeer delicaat!  Onze samenleving heeft meer en meer de neiging om alle maatschappelijke problemen te laten oplossen via of door  het onderwijs. En dat gaat niet. Dat is een ervaring na veel jaren onderwijs, en ondanks veel goed bedoelde inspanningen. De kerntaak van onderwijs is en blijft kennisoverdracht, op zichzelf een zeer belangrijke en veelomvattende taak. Laat leerkrachten vooral doen waar ze voor opgeleid zijn, en dat is lesgeven, in de brede zin van het woord. Je kan vanuit de school qua opvoeding , en waarden en  normen niet op tegen het milieu waarin het kind opgroeit, ook dat is een ervaring die ik meedraag.

Daarom enige bemerkingen bij de leidraad voor de realisatie van het pedagogisch project voor personeelsleden van het IVA Stedelijk onderwijs. U legt die personeelsleden heel wat taken op die buiten hun eigenlijke kerntaak vallen: inzetten voor gezonde voeding, ecologie, milieu, kritisch omgaan met ICT en zichzelf daar steeds meer in bekwamen, ervoor zorgen dat kdn hun weg vinden naar socio-culturele en sportieve activiteiten, naar deeltijds kunstonderwijs, inzet in de buurt via Brede School, enz. Als ik die leidraad lees moeten diegenen die dit dagelijks  moeten uitvoeren supermensen zijn!, “ze moeten weten dat ze niet in een koekskesfabriek werken” was uw verantwoording bij het uitbrengen van deze leidraad. Van respect gesproken…hebben al die personeelsleden die zich dag in dag uit inzetten-soms in moeilijke omstandigheden -tot nu toe dan maar wat aangemodderd, en zal uw leidraad daar nu eens verandering in brengen???  Ik denk dat een verontschuldiging hier op zijn plaats is, ook naar die mensen die effectief elke dag in een “koekskesfabriek” werken!

Wis Versyp
Gemeenteraadslid

Beleidsnota Onderwijs, opvoeding en Jeugd                      GR september 2014

 

De voorgelegde  beleidsnota is een overzichtelijk opgesteld document, zeer leesbaar. Ook de aanpassingen na de eerste besprekingen, werden ook duidelijk waarneembaar aangebracht, dat vergemakkelijkt zeker het nalezen.

De concrete initiatieven die genomen worden om het probleem van de capaciteit op te lossen staan duidelijk opgelijst bij het begin van het document. Hopen nu maar dat die plannen ook concreet kunnen uitgevoerd worden, zodat door de grotere capaciteit de vrije schoolkeuze gewaarborgd kan worden, iets waar wij heel veel belang aan hechten.

 “maximale ontwikkelingskansen voor elk kind” is het streefdoel waar iedereen die op één of andere wijze verbonden is aan het stedelijk onderwijs dient aan mee te werken. En inderdaad: maximale ontwikkelingskansen én daarmee gepaard gaande de  kwaliteit in het onderwijs moet de blijvende hoofdbekommernis zijn.

Eén van de middelen die het stedelijk onderwijs kiest om tot die betere kwaliteit te komen is het inclusief onderwijs. “Het IVA stedelijk onderwijs Gent erkent de voordelen van het inclusief onderwijs, en wil het voortouw nemen in het realiseren ervan”. Een van de uitgangspunten is dat lln met speciale zorgvragen worden beschouwd als gewone lln, die hun plaats hebben in de heterogene klasgroep,  waar gedifferentieerd wordt gewerkt. Theoretisch is dat een mooi uitgangspunt, maar  de verhalen uit de praktijk die ik gehoord heb getuigen van  soms heel moeilijke situaties, waarbij noch het kind, noch de lkr, noch de klasgroep voordeel heeft. De draagwijdte van inclusief onderwijs gaat veel verder dan een zorgenkind kind les laten volgen in een gewone klasomgeving. Het gaat ook over aan en uitkleden, naar toilet gaan, zelfstandig eten, het klas- en schooltempo aankunnen. “We bevorderen de inclusie door het zorgbeleid te versterken” staat in de beleidsnota. Maar die extra zorg kan in de meeste gevallen maar voor enkele uren voorzien worden. Het M-decreet voorziet in een forse uitbreiding van het inclusief onderwijs. 1 vb maar: Kinderen met een IQ van 61 mogen ingeschreven worden in het gewone basisonderwijs… Dat M-decreet is aan het einde van de vorige legislatuur nog door het parlement gejaagd, zonder dat daar in onderwijsmiddens een draagvlak voor bestaat! De mensen in de praktijk zijn bekommerd, ze stellen zich veel vragen naar de haalbaarheid, hun mening werd niet gevraagd. Het  buitengewoon onderwijs, waar heel veel expertise aanwezig is, wordt zo afgeslankt! Veel zorgkinderen –zij die zeker maximale kansen verdienen!- krijgen daar zorg op maat, en voelen zich daar zowel mentaal als op gebied van leervorderingen zeer goed .Sommigen kunnen na enkele jaren zonder verdere problemen overschakelen naar het gewone onderwijs. Ons huidig onderwijs, dat door de zeer diverse groep lln, steeds meer  differentiatie vraagt stelt ook hoge eisen aan de leerkrachten. Hun draagkracht wordt dagelijks ernstig belast. Moeten en kunnen zij de zorg voor die speciale zorgkinderen er nog bij nemen? Het M-decreet zal de onderwijskwaliteit niet verhogen, wat het wel verhoogt  is de kans op een uitstroom van leerkrachten die hun taak niet meer aankunnen, of het niet zien zitten zo nog jaren verder te werken. In het beleidsplan wordt wel in  mentoren werking voorzien, vraag is of dat voldoende zal zijn om lkrachten aan de slag te houden. En of een verplichte introductiecursus die moet leiden tot competentieverhoging –zoals voorzien in het beleidsplan –dit probleem zal oplossen is maar twijfelachtig.

Aan de Oude Dokken en op de Fabiolalaan staan nieuwe scholen gepland. Denk er bij het ontwerpen van die nieuwe schoolgebouwen eens over na om naast gewone klassen, ook enkele klassen te integreren  voor kinderen die op een of andere manier buitengewone zorg nodig hebben –zowel fysisch als mentaal. Laat ze samen naar school komen, samen spelen op de speelplaats, samen eten,  Maar laat ze om te leren naar een eigen klas gaan waar ze kunnen leren met de gepaste zorg, op eigen tempo, op eigen niveau. Dat zou pas inclusief onderwijs zijn!

Over diversiteit en meertaligheid werd al gedebatteerd in GR van april. Onze mening daarover is bekend. “aan kinderen en jongeren met een andere thuistaal dan het Nederlands willen we de kans geven om met hun eerste taal als hulpmiddel de Nederlandse schooltaal met meer succes te verwerven”  In de realiteit is dit niet te realiseren, het aantal thuistalen alleen al  maakt dit onmogelijk. Het onderzoek dat daaromtrent gevoerd is had het alleen over de Turkse taal, de vele anderen worden dus in feite gediscrimineerd! Naast het onderzoek dat door Leuvense professoren gevoerd werd, deden ook 2 Gentse onderwijssociologen (Orhan Agirdag en Mieke Van Houtte)  een onderzoek naar het gebruik van de thuistaal op school. Dat onderzoek toonde aan dat de leerkrachten, maar ook de Turkse ouders, niet wensen dat hun kinderen Turks mogen spreken in en buiten de klas. Zelfs leerkrachten van Turkse afkomstwaren die mening toegedaan. Maar toch zet u door, ook al wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat onderwijs in de thuistaal geen betere resultaten geeft, dat én de ouders én de leerkrachten het geen goed idee vinden.  De “onderwijskrant” noemt u een “taalachterstandsnegationist”, omdat u zo schrijft de krant “de realiteit ontkent uit ideologische overwegingen”. En hoe beoordelen de Gentse sociologen zelf de conclusies van hun onderzoek als dat niet de uitkomst heeft die ze gewild hadden???? Ze concluderen dat zowel de leerkrachten als de Turkse ouders ongelijk hebben: “ze zijn onwetend over de negatieve effecten, en ze zijn bevooroordeeld”. En dan lees ik bij verschillende acties in de beleidsnota dat ouders meer inspraak moeten hebben, werken aan ouderbetrokkenheid is belangrijk…duidelijk alleen als hun mening in het plaatje past! Ook met de stelling van de leerkrachten –uit datzelfde onderzoek- dat de taalachterstand een belangrijke oorzaak is van de leerproblemen gaan zij niet akkoord…Hun sociologische verklaring is dat de leidende klasse symbolisch geweld uitoefent op anderstalige lln! Een andere mening hebben is dus “geweld uitoefenen”. Onze conclusie is dat er altijd wel een ideologische draai te geven is aan elk wetenschappelijk onderzoek,  om het eigen gelijk toch door te kunnen zetten. Wij betreuren dat en vragen ons af of zo’n houding strookt met de maximale kansen die men beweert aan elk kind te willen geven!

Wat betreft het secundair onderwijs kiest u  o.a  voor de concretisering van een breed oriënterende 1e graad, waarbij de studiekeuze kan worden uitgesteld. Uit een grote onderwijsenquête in opdracht van Knack blijkt dat 8 op de 10 leerkrachten, en 2 op de 3 ouders die hervorming niet steunen. Het onderscheid tussen ASO, TSO en BSO moet ook niet verdwijnen. Er moet gewerkt worden aan de negatieve perceptie van zowel  TSO als BSO, aan een mentaliteitswijziging, zo dat ouders en leerlingen beseffen dat TSO en BSO evenveel kansen bieden op een succesvolle toekomst als ASO.   Er zal in die brede eerste graad voldoende gedifferentieerd worden heeft u op de commissie gezegd. Differentiatie is geen wondermiddel, het heeft zijn grenzen. Niet elk kind is gelijk. En daarom is het juist zo belangrijk zo vlug mogelijk op de juiste plaats te zitten, waar het kind zich goed voelt, waar het zich maximaal op eigen niveau, naar eigen aanleg  kan ontplooien. Een brede eerste graad is als een loopwedstrijd organiseren waarbij de koplopers voortdurend moeten inbinden tot de tragere lopers er bij zijn, want er moet nu eenmaal samen over de meet gekomen worden.

Denkt u ook niet dat een tijdige, juiste oriëntatie het welbevinden van veel leerlingen zal bevorderen, en onrechtstreeks zijn invloed zal hebben op het spijbelgedrag en op de ongekwalificeerde uitstroom van té veel leerlingen.

Die ongekwalificeerde uitbouw is in Gent onaanvaardbaar hoog, er moet absoluut ingezet worden deze uitstroom tegen te gaan Maar ook hier speelt kennis van het Nederlands een grote rol: het aantal vervroegde schoolverlaters ligt bij anderstaligen 3x hoger dan bij Nederlandstaligen. Taal is niet de enige oorzaak.  Dirk Van Damme, onderwijsexpert bij de OESO roept op om strenger te zijn op school “. “Scholen durven niet meer streng te zijn. Er zijn te veel scholen die afglijden naar de laisser-faire-mentaliteit. Ze dagen hun leerlingen niet meer uit. Ze laten de lln in hun comfortzone, en leggen de lat veel te laag.”. Van lln wordt steeds minder inspanning gevraagd,  de comfort-zone-. Alle inspanningen moeten van de leerkrachten komen, en die worden daar voortdurend –ook publiek via de pers- op afgerekend. Lees de pers van de laatste weken! Jongeren die jarenlang in een comfortzone gezet zijn,  steeds uit de wind gezet worden door alle problemen of op de school,  of op de leraren af te wimpelen, hebben nooit geleerd zich echt in te zetten, door te bijten als het wat moeilijk gaat, met als gevolg dat ze afhaken bij de minste moeilijkheid. 

Ook in de armoedeproblematiek speelt geen diploma hebben een grote rol. Een preventief armoedebeleid begint bij de jongeren die nu op school zitten.  Scholen worden geconfronteerd met armoede, dat is geen nieuw verschijnsel. Vanuit de school is dat heel moeilijk op te lossen, het is trouwens ook zeer delicaat!  Onze samenleving heeft meer en meer de neiging om alle maatschappelijke problemen te laten oplossen via of door  het onderwijs. En dat gaat niet. Dat is een ervaring na veel jaren onderwijs, en ondanks veel goed bedoelde inspanningen. De kerntaak van onderwijs is en blijft kennisoverdracht, op zichzelf een zeer belangrijke en veelomvattende taak. Laat leerkrachten vooral doen waar ze voor opgeleid zijn, en dat is lesgeven, in de brede zin van het woord. Je kan vanuit de school qua opvoeding , en waarden en  normen niet op tegen het milieu waarin het kind opgroeit, ook dat is een ervaring die ik meedraag.

Daarom enige bemerkingen bij de leidraad voor de realisatie van het pedagogisch project voor personeelsleden van het IVA Stedelijk onderwijs. U legt die personeelsleden heel wat taken op die buiten hun eigenlijke kerntaak vallen: inzetten voor gezonde voeding, ecologie, milieu, kritisch omgaan met ICT en zichzelf daar steeds meer in bekwamen, ervoor zorgen dat kdn hun weg vinden naar socio-culturele en sportieve activiteiten, naar deeltijds kunstonderwijs, inzet in de buurt via Brede School, enz. Als ik die leidraad lees moeten diegenen die dit dagelijks  moeten uitvoeren supermensen zijn!, “ze moeten weten dat ze niet in een koekskesfabriek werken” was uw verantwoording bij het uitbrengen van deze leidraad. Van respect gesproken…hebben al die personeelsleden die zich dag in dag uit inzetten-soms in moeilijke omstandigheden -tot nu toe dan maar wat aangemodderd, en zal uw leidraad daar nu eens verandering in brengen???  Ik denk dat een verontschuldiging hier op zijn plaats is, ook naar die mensen die effectief elke dag in een “koekskesfabriek” werken!

Wis Versyp
Gemeenteraadslid

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...